| Geitenbaard - Aruncus dioicus (Rozenfamilie - Rosaceae) |
|
Pagina bij www.drachtplanten.nl |
 |
 |
|
 |
| Volgroeide plant |
Achtergrond met klimop |
Bloeiwijze |
Toepassing openbaar groen |
| |
|
|
|
| Overblijvende (vaste) plant. Bloeit in jun-juli. |
| Kenmerken: bloem wit-roomwit, bloeiwijze een tot ca. 30 cm lange pluim; 1,25-1,75 m hoog. |
| Milieu: vochtige voedselrijke bodems; zandige-klei (klei) bodems; zon-halfschaduw |
| Herkomst: Europa en Noord-Amerika |
| Fauna: wilde solitaire bijen, hommels, honingbijen, vlinders. |
| Toepassing: tuin, parken, openbaar groen. De plant kan zowel solitair als in groepen worden toegepast; wordt als solitaire plant (inclusief de overhangende pluimen) 1,5-2,5 m breed. |
| Beheer: een concurrentie krachtige plant; vraagt weinig aandacht. |
| Wilde solitaire bijen: zandbijen (Andrena), maskerbijen (Hylaeus); in de buurt van nestgelegenheid kunnen de bijen met tientallen gelijktijdig aanwezig zijn. Meer info: www.zoekkaartwildebijen.nl |
| Dracht: nectar en witachtig stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 5. |
|
| |
|
| Volgroeide planten gaan vaak overhangen vooral als ze naar het licht toetrekken |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Een groene achtergrond accentueert de bloeiende plant |
Terug naar top |
 |
| |
| |
| Bloeiwijze |
Terug naar top |
|
| |
| |
| Toepassing openbaar groen met Pachysandra als bodembedekker |
Terug naar top |
 |
| |
| |