Brilkruid - Biscutella laevigata -- (Kruisbloemenfamilie -Brassicaceae)
Bijenplant, drachtplant
Een overblijvende (vaak) kort-levende vaste) plant
Bloeiperiode: april-augustus
Bloem: geel
Vrucht: hauwtje plat en brilvormig
Blad: rozetbladen langwerpig, gaafrandig, bochtig getand of gelobd.
Plant: polvormend, behaard, stengels dun
Hoogte: 0,2- 0,4 m
Opmerking: Brilkruid gedraagt zich meer als pionierplant dan als een vaste plant
Aan de brilvormig gepaarde vruchten ontleent deze plant zijn naam.
 
 
Milieu en groeiplaats: open, droge, kalkrijke, stenige substraten en lichte minerale bodems (zandig-lemig); zon - tijdelijk licht beschaduwd; is redelijk winterhard, in ieder geval het zaad; de afwezigheid in Nederland is meer een kwestie van areaal dan van milieu.
Herkomst: zuidelijk deel van Europa tot in België.
Toepassing: tuinen, rotstuinen, tegel- en geveltuinen; verder op allerlei substraten zoals grindpaden en allerlei open plaveisel, ook tussen de voegen. de soort laat zich gemakkelijk uitzaaien.
Beheer: voor het voortbestaan in tuinen, is op verschillende plekken open grond noodzakelijk. Kan in tuinen met veel open grond in korte tijd dominant worden, maar het gedraagt zich niet als een lastig onkruid; verdwijnt na een aantal jaren geregeld wieden uit beeld. De plant is gevoelig voor winternatte bodems (natte winters)
Wilde solitaire bijen:
  Tweekleurige zandbij Andrena bicolor  
  roodpotige groefbij Halictus rubicundus  
Dracht: nectar en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code Hb1-3.
 
Plaat Brilkruid - Biscutella laevigata - (bron links: Anton Hartinger Atlas der Alenflora )
 
Vruchten
 
Brilkruid - Biscutella laevigata (overgenomen van Wikipeda commons)
 
Vrucht, hauwtje
 
Tweekleurige zandbij (Andrena bicolor)
 
Tweekleurige zandbij
 
Roodpotige groefbij
 
Roodpotige groefbij
 
Roodpotige groefbij
 
Brilkruid in een voortuin
In deze voortuin en de aangrenzende oprit houdt brilkruid al meer van 10 jaar stand. Bovenstaande ervaringen over toepassingen en beheer zijn in deze tuin opgedaan.