Bergcentaurie - Centaurea montana (Composietenfamilie - Asteraceae)
Bijenplant, hommelplant, drachtplant.
Een overblijvende (vaste) plant
Bloeiperiode: mei - september
Bloem: blauw, de binnenste bloemen roodpaarsachtig, bloeiwijze alleenstaand
Blad: aflopend, langwerpig-lancetvormige en vooral in het jonge stadium viltig tot zwak behaard
Vrucht: een nootje
Overige: stengels de opgaande, en meestal  vrij slappe stengels zijn gevleugeld, weinig of niet vertakt,
Hoogte: 0,3-0,6m
 
 
 
Milieu en groeiplaats: droge tot enigszins vochtig, matigvoedselrijke, kalkhoudende bodems; deze zonminnende soort houdt van enige onbegroeide ruimte om zich heen; bij verwildering is dat alleen tijdelijk het geval; zonnig.
Herkomst en verspreiding in Nederland: Zuid- en Midden-Europa soms verwilderd, maar niet lang standhoudend.
Toepassing: tuinen. rotstuinen, tegeltuinen.
Beheer: als vaste plant beheren.
Wilde solitaire bijen: groefbijen (Halictus scabiosae; Lasioglossum), metselbijen (Osmia), blauwzwarte houtbij (Xylocopa violacea) .
Dracht: nectar en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3.
 
Plaat en bloeiwijze Bergcentaurie - Centaurea montana - (bron links: Deutschlands Flora in Abbildungen.Johann Georg Sturm) meer platen
 
Platen bloeiwijze Bergcentaurie - Centaurea montana - (bron links: Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns; rechts: Flora londinensis, William Curtis)
 
Hoofdje Bergcentaurie - Centaurea montana
 
Hoofdjes Bergcentaurie
 
Plant Bergcentaurie
 
Plant Bergcentaurie
 
Bergcentaurie in een tuin
 
Honingbij
 
Honingbij
 
Honingbij
 
Groefbij (Halictus scabiosae)
 
Groefbij (Halictus scabiosae)
 
Blauwzwarte houtbij
 
Blauwzwartej houtbij
 
Blauwzwarte houtbij
 
Een metselbij
 
Een metselbij
 
Een metselbij
 
Een metselbij
 
Een metselbij