Beklierde kogeldistel - Echinops sphaerocephalus -(Composietenfamilie - Asteraceae)
Bijenplant, hommelplant, drachtplant, vlinderplant.
Een overblijvende (vaste) plant
Bloeiperiode: juli-augustus
Bloem: wit-lichtblauw, bloeiwijze eindelings en kogelrond
Blad: distelachtig, langwerpig en veerspletig; bladrand met stekels; stengel witviltig behaard en bovenaan met klierharen
Vrucht: een nootje
Overige: stengels, vooral boven aan, kleverig behaard, witviltig en geribbeld.
Hoogte: 0,8-1,8 m
 
 
 
 
Milieu en groeiplaats: enigszins droge tot vochtige, schrale tot voedselrijke, neutrale tot kalkhoudende bodems; vooral op overhoeken langs de rivieren; groeit in grazige tot ruige vegetaties onder meer op taluds van rivierdijken; zon.
Herkomst en verspreiding in Nederland: Zuid-Europa verwilderd en vooral op sommige plekken langs de rivieren standhoudend; onder meer langs bovenstroom van de Waal; zeldzaam.
Toepassing: wordt vooral in tuinen aangeplant, maar is ook een geschikte plant voor openbaar groen.
Beheer: kan in de vroege herfst worden gemaaid.
Wilde solitaire bijen: metselbijen (Osmia); groefbijen (Halictus).
Dracht: nectar en vuilwit stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3.
Opmerking: alleen deze soort is regelmatig geobserveerd zeer waarschijnlijk hebben ook de andere kogeldistels de zelfde faunistische kwaliteit: E. exaltatus (stekelige kogeldistel), E. bannaticus, E. ritro. E. niveus. Ze worden in ieder geval door honingbijen bevlogen.

Platen - (bron links:Flora Danica, Georg Christian Oeder et al. ; rechts: O.W. Thomé Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz )
 
Beklierde kogeldistel: plant ----
 
Beklierde kogeldistel: bloeiwijze ----
 
Beklierde kogeldistel: Detail bloeiwijze
 
Beklierde kogeldistel op Waaldijk: een ruige plek op een dijktalud
 
Beklierde kogeldistel in de Millingerwaard
 
Kogeldistels worden vaak door hommels bezocht
 
Kogeldistels met hommels
 
Dagpauwoog
 
Echinops bannaticus in botanische tuin Utrecht