Geranium macrorrhizum -- (Ooievaarsbekfamilie - Geraniaceae)
Bijenplant, hommelplant, drachtplant
Een overblijvende (vaste) plant
Bloeiperiode: eind april- begin juli
Bloem: paarsgeaderd en wit in het midden; varieert verder van wit tot paars
Blad: handvorming gelobde bladen
Vrucht: kluisvrucht
Overige: stengels lang behaard en met korte klierharen
Hoogte: 0.3-0,5 m
 
 
 
 
 
 
Milieu: min of meer vochtige, schrale tot matig voedselrijke en bodems; zon-halfschaduw.
Herkomst: Zuid- en Zuidoost-Europa.
Toepassing: tuinen, openbaar groen, boomspiegels, tegel en geveltuinen. In het openbaar groen een veel toegepaste soort in kleinschalig groen.
Beheer: nu en dan onkruid wieden.
Wilde solitaire bijen: zandbijen (Andrena)
Dracht: nectar en licht geel stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 5.
 
Bloeiwijze
 
Openbaar groen
 
Fragment
 
Boomspiegels in Velp
 
Een voortuin
 
Honingbij in actie -
 
Honingbij in actie
 
Honingbij in actie