Zegekruid - Nicandra physalodes -- (Solanaceae Nachtschadefamilie)
(Bijenplant), hommelplant, drachtplant
Een eenjarige plant
Bloeiperiode: juli - oktober
Bloem: blauw met wit, bloeiwijze okselstandig boven in de plant
Blad: eirond tot langwerpig en onregelmatig bochtig getand
Vrucht: vruchtkelk na de bloei sterk vergroot en opgeblazen, bes bolvormig
Overige: jonge stengels vaak zeer donker
Hoogte: 0,4-1,3 m
:
 
 
 
 
Milieu: op allerlei vochtige tot iets droge, niet te arme minerale (?) bodems; vaak op ruderale terreinen, ook op de overgang van muren naar verhardingen, niet omdat het milieu specifiek is maar omdat de planten zicht daar betrekkelijk ongestoord kunnen ontwikkelen; zon-tb.
Herkomst: Zuid-Amerika; steeds vaker verwilderd. vooral in de stad.
Toepassing: tuinen, tegel- en geveltuinen; vaak in botanische tuinen en kruidentuinen.
Beheer: eventueel bodem openhouden.
Wilde solitaire bijen: niet genoteerd, wel gezien.
Dracht: nectar en geelwitachtig stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3.
 
Platen Zegekruid - Nicandra physalodes- (bron: Flora Batavia Jan Kops et al.)
 
Platen Zegekruid - Nicandra physalodes- (bron: wikipedia)
 
Planten
 
Fragment
 
Bloem en blad
 
Bloem en blad
 
Bloeiwijze
 
BLoem en kelk
 
BLoem en kelk
 
Kelk opgeblazen
 
Stengel met vruchten (opgeblazen kelken)
 
Stuifmeel
 
Honingbijen -
 
Honingbijen -
 
Honingbijen