| Rudbeckia laciniata Slipbladige rudbeckia en R. nitida voorlopige pagina | Pagina bij www.drachtplanten.nl | ||||
| Rudbeckia laciniata | Plant | Blad | |||
| Rudcbeckia nitida hoofdjes | Rudbeckia nitida plant | Met Kattenstaart | Met reuzenbalsemien | ||
| Langs het spoor | Met een hoingbij | ||||
| -- | Terug naar top | ||||
| Rudbeckia laciniata Slipbladige rudbeckia en Rudbeckia. nitida lijken veel op elkaar. Er zijn op dit moment geen foto's beschikbaar om de verschillen goed te visualiseren. Beide soorten zijn daarom voorlopig op deze pagina geplaatst. Zodra meer foto materiaal beschikbaar is (2012) zal deze pagina worden gesplitst. | |||||
| Rudbeckia laciniata Slipbladige rudbeckia (Composietenfamilie - Asteraceae) | |||||
| Overblijvende (vaste) plant. Bloei in juli - half oktober | |||||
| Kenmerken: bloem lintbloemen geel; bloembodem met geelgroene buisbloemen kegelvormig; bloeiwijze meestal alleenstaand; papus (vruchtpluis) zeer kort (een getand kroontje); Onderste bladen diep 3-7-delig, bladslippen grof getand; middelste bladen meestal 3-delig, bovenste ongedeeld; . 1,0-2,5 m hoog. | |||||
| Milieu: natte tot vochtige, (zeer) voedselrijke lemige tot kleiige bodems; onder meer in oeverruigten; | |||||
| Herkomst en verspreiding in Nederland: Noord-Amerika; zeldzaam in Nederland, adventief of soms verwilderd en enige jaren standhoudend. | |||||
| Fauna: honingbijen, hommels, vlinders, wilde bijen. | |||||
| Toepassing: tuinen; om de 3-5 jaar scheuren en opnieuw planten. | |||||
| Beheer: onder natuurlijke omstandigheden is speciaal beheer niet nodig. De soort is een niet agressieve exoot. Die beter zeldzaam kan blijven. | |||||
| Wilde solitaire bijen: groefbijen (lasioglossum); behangersbijen (Megachile) | |||||
| Dracht: nectar en oranjegeel stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3. | |||||
| Meer info. overplant en verspreiding: http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=flora_nl&id=2447 | |||||
| Rudbeckia nitida Rudbeckia | |||||
| Overblijvende (Vaste) plant. Bloeit in juli - september; lintbloemen geel, buisbloemen donkerbruinachtig, bloemboden tot een lange kegel uitgroeiend; bloeiwijze alleenstaand; blad langgesteeld minder sterk getand, 1,5-2,0 m hoog. MILIEU: vochtige, matig voedselrijke, lemige tot kleiige bodems; zon, zonnig. VERSPR: Noord-Amerika. FAUNA: wide bijen, hommels, vlinders, honingbijen, Indicatie voor dracht: code 3. Veel aangeplant. | |||||
| Rudbeckia laciniata (de bloembodem moet nog uitgroeien) | Terug naar top | ||||
| Plant (de bloembodems zijn al iets verlengd) | Terug naar top | ||||
| Blad middelste deel van stegels (links) en onderaan de stelgels (rechts) | Terug naar top | ||||
| Rucbeckia nitida met bruine kegelvormige bloembodems | Terug naar top | ||||
| Rudbeckia nitida plant | Terug naar top | ||||
| Rudbeckia nitida met reuzenbalsemien | Terug naar top | ||||
| Rudbeckia nitida met Kattenstaart op de voorgrond | Terug naar top | ||||
| Rudbeckia nitida langs het spoor als relict van volkstuinen | Terug naar top | ||||
| Rudbeckia nitida met een hoingbij | Terug naar top | ||||