| ROSACEAE Rozenfamilie | |||
Kruidachtige of houtige planten, de kruidachtige planten zijn meestal rozetplanten. BLOEM: 5-tallig minder vaak 4-tallig, meestal 2-4 maal zoveel meeldraden als kroonbladen (kroonbladen kunnen bij enkele soorten ontbreken), stampers een tot vele, blw. gevarieerd. VRUCHT: gevarieerd: dopvrucht (aardbei, roos, en de meeste kruidachtige soorten), steenvrucht (Rubus en Prunus) of een pitvrucht (Malus, Sorbus, en de meeste ander houtige soorten die in dit boek worden genoemd). Dop- en pitvruchten zijn vergroeid met de bloembodem die tot een zogenaamde schijnvrucht uitgroeit (aardbei, rozenbottel, appel); bramen en frambozen (verzamelvruchten) zijn daarentegen een verzameling van steenvruchten. NECTAR: gevarieerd; bij de meeste soorten onder de voet van de meeldraden en de kroonbaden, verder onder in de bloembodem (Prunus), ringvormig tussen de verhoogde bloembodem en de meeldraden, (Fragaria, Rubus), honingdiscus (Spiraea); rozen zijn vooral stuifmeelleveranciers, ondanks het bezit van een discus leveren ze vaak geen of weinig nectar; dit geldt ook voor andere vertegenwoordigers van de rozenfamilie; sommige soorten zijn min of meer giftig dit geldt met name voor de bessen van sommige geslachten: Sorbus, Cotoneaster, Pyracantha en Prunus laurocerasus. |
|||
| Voorlopige pagina Van de familiekenmerken worden de komende 12 maanden voorbeeldfoto's gegeven eventueel gekoppeld aan een digitale determinatietabel voor drachtplanten. Voorlopig wordt hiervoor verwezen naar www.plantenvademecum.nl |
|||