Welke bijenplanten/drachtplanten voor tuinen groeien op zware kleigond?
Op deze pagina wordt een voorlopig overzicht gegeven van planten die op zware kleigrond kunnen worden toegepast. Zware klei kent net als bij andere grondsoorten kwaliteitverschillen die de keuze van planten kunnen bevorderen of beperken. Bij een ongunstige bodemstructuur is de keuze zeer beperkt, bij een zeer goede structuur kan er ook op zware klei aanzienlijk meer dan we denken. De links verwijzen naar meer informatie over de plant. Zware klei wordt hier meestal nog niet in de tekst genoemd. omdat het om een sterk bewerkte grond gaat.

Planten op kleibodems is een zeer lastig onderwerp. Als het om tuinplanten gaat voelen veel tuinbezitters en volkstuinders zich zeer beperkt in de keuzenmogelijkheden. Maar als je door de Betuwe fietst, zie je op kleigrond vaak mooie tuinen. Op het volkstuincomplex waar mijn vader ook een stukje siertuin had groeide vaak van alles en je gaat dan bijna denken wat doen we toch moeilijk over klei. . In de ingezaaide akkerranden van de Hoeksewaard groeit op zware kleigrond een tiental soorten planten die we alleen van tuinen kennen. Het probleem in deze akkerranden is niet zo zeer de grond, maar verruiging en vergrassing.
Op 'pure' ongerijpte klei, kunnen maar weinig planten groeien. Ook op gerijpte zware klei zal het vaak niet meevallen om een tuin met een gevarieerde bloemrijke begroeiing aan te leggen. De mogelijkheden hangen af van de structuur van de kleigrond: is de grond geregeld bewerkt of zo sterk verdicht dat het bodemleven onvoldoende is voor een gevarieerde plantengroei. Ook het kalkgehalte van de bodem is sterk bepalend voor de groei van planten. De meest beperken de factor is een winternatte bodem. Klei houdt lang water vast. Vooral in de winter kan dat voor veel planten een probleem zijn. Zuurstof te kort veroorzaakt door een langdurige natte bodem doet planten vaak de das om.
 
Wat te doen?
Als ik zelf een tuin op klei zou hebben, zou ik eerst kijken hoe massief de grond is en een eenvoudige bewerking uitvoeren: per 100m² 2 kub organisch materiaal opbrengen en dat omspitten en in de drogere periode de kleibrokken klein maken.
Als je meer zekerheid wilt, moeten er een robuuste bodembewerking plaatsvinden. Ecologisch betekent dat een verstoring van de bodem (maar in de meeste gevallen is de bodem al ernstig verstoord). Voor het ontwikkelen van een natuurlijke begroeiing bestaan verschillende mogelijkheden, maar deze pagina gaat alleen in op de vraag wat de mogelijkheden op zware kleigronden zijn voor tuinplanten die bijen en anderen bloembezoekende insecten aantrekken. Dat betekent dan spitten of frezen, organisch materiaal al dan niet met scherp zand toevoegen. Als je een tuin aan laat leggen zal het ook vaak zo gaan want hoveniers willen zoveel mogelijk gerant staan voor het resultaat.
 
Een fragment van een uitdrogende plek langs een rivier. Door onvoldoende zuurstof en organisch materiaal is er nauwelijks bodemleven mogelijk. Zulke klei noemen we ongerijpte klei. Slecht enkele planten kunnen zich hier vestigen. Zonder menselijk ingrijpen, ontstaat hier een na een aantal jaren het begin van een wilgenbos.
 
Zware rivierklei in de Betuwe. Op zulke zware kleigrond is het lastig om tuinen met een grote variatie aan planten aan te leggen. De keuze voor drachtplanten is dan beperkt. Een speciale grondbewerking voor kleigrond is dan vaak noodzakelijk. Als dat goed gebeurt is er veel mogelijk.
 
De traditionele manier om een tuin op zware kleigrond aan te leggen
Zware klei diep spitten minimaal 40 cm tot ruim 60 cm. Als het spitten voor de winter gebeurd kan de bovenlaag stuk vriezen, maar dat is steeds minder geval. Als tijdelijke maatregel kan de grond met een laag van ca. 5 tot 10 cm scherp zand worden vermengd. In de loop van jaren zakt het zand naar de ondergrond. In die periode kan de bodem zo sterk zijn verbeterd dat het zand dan niet meer nodig is.
Door bemesting met compost of goed verteerde stalmest of paardenmest gemengd met tuinturf wordt de klei ook lichter. Er moet dan ruim 2 tot max. 5 m³ per 100m² organisch materiaal worden toegevoegd. Om de bodemstructuur en het bodemleven te verbeteren kunnen groenbemesters zoals lupine, phacelia, luzerne worden ingezaaid of aardappels worden gepoot.
Na het groeiseizoen worden de plantenresten omgespit en blijft tot het vroege voorjaar de grond onbewerkt. Daarna kan de kleigrond plantklaar worden gemaakt. Voor de bodemstructuur is jaarlijkse bemesting met al dan niet eigen gemaakte compost dringend gewenst of noodzakelijk.
Meestal gunnen we ons hier de tijd niet voor. Het compromis is dan met de spa of de greep (een spitvork met dikke tanden) de grond zo goed mogelijk met mest of compost te vermengen. Een andere compromis is het gefaseerd aanleggen van de tuin of desnoods per plant, vooral bij bomen en heesters. In ieder plantgat worden de bodem met compost vermengd. Dit kan ook bij ondiep wortelende planten.
Kleigrond heeft zeer sterk de neiging om dicht te slaan door bodembedekkers is dat te vertragen.
De grondwaterstand mag in de winter niet hoger zijn van – 40 tot 50 cm
Kalk is een belangrijke factor
Kalk heeft een sterke invloed op de zuurgraad. Kalkhoudende bodems hebben meestal een pH groter dan 7. Kalkhoudende bodems hebben meestal een betere bodemstructuur dan zure bodems. Kalk maakt kleigrond losser en gaat verslemping op leemgronden tegen. Doordat kalk de pH verhoogt, vindt er een snellere omzetting van organische stof plaats. Om die reden vindt kalkbemesting plaats. Onder invloed van regen die onder natuurlijke condities zwak zuur is, lost kalk ook weer op en spoelt uit naar de diepere lagen van de bodem. De bodem wordt dan zuurder en moet er kalk worden toegevoegd.
Gebruik daarvoor zeeschelpkalk (kalkgrit) of gewassen kippengrit. Deze kalk is niet bedoeld om zo hoog mogelijke productie te halen, maar om verzuring van de grond te vookomen. Vooral schelpengruis en kippengrit lossen zeer geleidelijk op waardoor grote schommelingen in het kalkgehalte wordt voorkomen. Voor de (biologische) landbouw wordt ca 1 keer per 3 jaar 200 tot maximaal 1000 kg 1 x per 3 jaar / per hectare toegepast. Voor een tuin met bijenplanten kan dat aanzienlijk minder: ca. 2-4 kg per 100m²
Als de gewenste planten of een deel daarvan gaan groeien, draagt dit ook weer bij de verbetering van de bodemstructuur. Van alle planten zullen wortels geheel (van eenjarigen) of gedeeltelijk afsterven. Dit stimuleert de ontwikkeling van bacteriën, schimmels, wormen en andere kleine organismen die van de afgestorven wortels leven en daardoor ook een belangrijke bijdrage leveren aan een goede bodemstructuur waardoor de planten ook weer beter kunnen groeien.
Als er bomen in of bij de tuin staan, kan bladval in de herfst bijdrage aan de verbetering van de bodemstructuur als op plekken waar geen planten staan het blad of een deel daar van blijft liggen. Wormen kunnen het blad in de grond trekken. Vooral snel verteerend blad draagt bij aan een goede bodemsturtuur: blad van wilgen, esdoorn, zoete kers, appel. Dat zijn ook weer bijenplanten. Als deze bomen niet voorkomen zoude deze bij voldoende ruimte kunnen worden aan geplant. Voor wilg komt schietwilg het meest in aanmerking. Deze boom kan zeer groot worden, maar als knotwilg is hij gemakkelijk onder controle te houden. Een alternatief is, zelf blad verzamelen en tussen de planten uitstrooien, maar geen blad van beuk of eik. Dat verteert langzaam en draagt ook bij aan verzuring van de grond.
 
Voorbeelden van een ingezaaide akkerrand op kleigrond in de Hoeksewaard. De ingezaaide 'tuin'planten doen het hier uitstekend. Vergrassing en verruiging is hier het probleem.
 
 
 
Verantwoording
De lijst is in hoofdzaak gebaseerd op eigen waarnemingen, onder meer waarnemingen op het volkstuinen complex 'Vijfsluizen' in Schiedam en vroegere ervaringen als hovenier. Ter controle en aanvulling is ook gebruik gemaakt van:
- Advies assortiment van bomen en struiken de SLZ (Stichting Landschapbeheer Zeeland) (volledige reverentie volgt
- Assortiment Kwekerij Plantlust (kweekt bomen en heesters op klei)
- Assortiment Kwekerij Sluishoek (kweekt vaste planten op klei)