Frequentie bezoek honingbijen
Hb0: de planten worden door honingbijen bezocht voor nectar en/of stuifmeel, maar er zijn te weinig waarnemingen voor een indicatie.
Hb1: honingbijen meestal in kleine aantallen waargenomen, meestal bij kleine aantallen of individuele planten. De meeste van deze planten zullen intesiever worden bezocht als ze in grote aantallen bijelkaar staan (bij voorbeeld als landbouw of tuinbouwgewas) en als bijenvolken in de naaste omgeving aanwezig zijn.
Hb2: honingbijen zijn vaak afwezig, incidenteel druk bevlogen; wordt in de omgeving van de bijenstand waarschijnlijk regelmatiger en intensiever bevlogen. (Er zijn inmiddels goede indicaties dat deze groep in de buurt van een bijenstal onder Hb3 of Hb5 vallen)
Hb3: honingbijen regelmatig in grote of kleine aantallen aanwezig.
Hb4: intensief bezoek van honingbijen is minstens eenmaal waargenomen.
Hb5: goed tot zeer goed en meestal constant bevlogen.
De gegeven waarden hebben alleen betrekking op het bezoek aan de bloemen, maar zegt niets over het nectar- en stuifmeelleverend vermogen van de bloemen en de kwaliteit van het het stuifmeel en de nectar!
  De gele kleur indicatie voor substantiele dracht iIn een groot deel van het land. Maar locaal of regionaal kunnen bijna alle soorten voor een substantiele dracht zorgen. Het hangt van allerlei omstandigheden af.